Home » Vrouwenziekten

Vrouwenziekten

Vrouwelijke geslachtsorganen

Vrouwelijke geslachtsorganen - Symptomen en behandeling

Tot het specialisme gynaecologie, ofwel de leer van de vrouwenziekten, behoren alle klachten, aandoeningen en afwijkingen van de vrouwelijke geslachtsorganen in de ruimste zin.

Er kan bij de vrouw een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen inwendige en uitwendige geslachtsorganen. De inwendige geslachtsorganen liggen onder in de buik en bestaan uit:

  • eierstokken;
  • eileiders;
  • baarmoeder; en
  • schede.

De schede of vagina verbindt de baarmoeder met de uitwendige geslachtsorganen, welke de verzamelnaam 'vulva' hebben en bestaan uit:

  • grote schaamlippen;
  • kleine schaamlippen;
  • clitoris;
  • schedevoorhof; en
  • schaamheuvel.



De beide eierstokken of ovaria bewaren eicellen en geven geslachtshormonen af die van invloed zijn op de menstruatie. De twee eileiders vervoeren bevruchte eicellen naar de baarmoeder of uterus, welke tussen de urineblaas en de endeldarm ligt en dient voor de ontwikkeling van het embryo, voor de bescherming van de foetus en voor de uitdrijving van het kind. De schede is een ongeveer 7-10 cm lange buis, bestaande uit bindweefsel en spierweefsel, welke van de uitwendige vrouwelijke geslachtsorganen naar de baarmoeder loopt. Het doel van dit orgaan heeft vooral met de voortplanting te maken. De schede neemt het mannelijk lid (penis) tijdens het geslachtsverkeer in zich op, waardoor het sperma in het lichaam van de vrouw kan komen en bij de geboorte komt het kind via de schede uit het vrouwelijk lichaam.

Schaamlippen zien er bij iedere vrouw anders uit. Er is geen vaste kleur of vorm voor. De grote schaamlippen (labia majora) zijn behaarde huidplooien die om de kleine schaamlippen heen liggen en de schaamspleet begrenzen. De grote schaamlippen bevatten onder meer vet, zweet- en talgklieren en ze liggen in niet-opgewonden toestand vaak tegen elkaar aan, waardoor ze bescherming bieden aan de binnenliggende delen. Bij seksuele opwinding zwellen de grote schaamlippen wat op en komen ze meer uit elkaar te liggen. In elk van de grote schaamlippen bevindt zich een klier van Bartholin, ook wel voorhofklier of glandula Bartholini genoemd, welke slijmerig vocht aanmaakt ten behoeve van de geslachtsgemeenschap.

De onbehaarde kleine schaamlippen (labia minora) vormen een plooi met de opening van de vagina aan de onderzijde. Ze liggen tussen de grote schaamlippen en aan de bovenzijde komen ze samen en bedekken de clitoris (kittelaar), een belangrijke erogene zone. De kleine schaamlippen bevatten talgklieren en ook erectiel weefsel. De binnenste schaamlippen kunnen onder invloed van seksuele prikkels opzwellen als gevolg van een verhoogde bloedtoevoer.

De schedevoorhof ligt rond de schede-ingang en wordt begrensd door (resten van) het maagdenvlies. Op de schaamheuvel of venusheuvel groeit schaamhaar en onder de huid zit hier het schaambeen. De schaamheuvel is het meest bovenste deel van de vulva en reikt tot aan de buik. Op het schaambeen zit vetweefsel, wat aanvoelt als een zachte verdikking en tijdens het neuken kan dit als een soort (stoot)kussen dienst doen. De schaamheuvel bevat veel zenuwen en is daardoor gevoelig voor seksuele prikkeling.

Borsten spelen een rol bij de seksuele opwinding en zijn voorts van belang voor de melkproductie voor een pasgeboren kind.

Geraadpleegde literatuur:

- Dr. Jannes J.E. van Everdingen (hoofdredactie): Het medisch handboek; Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht/Antwerpen, vijfde volledig herziene druk 2006.

- J.A.M. Baar, C.A. Bastiaansen, A.A.F. Jochems. Anatomie & fysiologie. Bohn Stafleu van Loghum, tweede druk, 2007.

 


Geschreven door

 



 

Deze special bestaat uit de volgende (hoofd)artikelen:



Home

Home - Symptomen en behandeling